De zevende Noaber uitgelicht is een feit. Ditmaal komt Herman Booyink aan het woord. Wat als je leven van de ene op de andere dag verandert omdat je door een dwarslaesie in een rolstoel belandt? Waar haal je dan de veerkracht vandaan om door te gaan? Herman Booijink (70) uit Reutum weet wat je dan doormaakt. Dertig jaar geleden raakte hij verlamd na een bedrijfsongeval. Maar stilzitten is niks voor Herman. “Ondanks je beperking kun je nog heel veel. Je moet het alleen wél zien en er moet een knop om.”
Het is zaterdag 15 juli 1995. Herman herinnert zich dat het zonnig was die dag. Sowieso herinnert hij zich van minuut tot minuut wat er die dag is gebeurd. Hij is 39, kraanmachinist bij de Kruse Groep in Geesteren. Die ochtend is hij bezig met de sloop van een koeienstal in Duitsland. De boer heeft gevraagd of Herman het zaterdag kan afmaken, zodat de aannemer maandag kan beginnen met de keldervloer. Geen probleem, denkt Herman en hij gaat aan de slag. Rond half twaalf schiet een ijzeren balk van de hooizolder los. De balk en een stapel planken raken hem vol in de rug. Herman ligt met zijn schouders op zijn knieën, dubbelgeklapt in het kraantje. De cabine had hij verwijderd, anders kon hij niet overal onderdoor. Hij krijgt de volle laag. De zoon vande Duitse boer tilt de balk met een shovel van hem af, Herman herinnert zich de traumahelikopter nog, maar daarna is hij de film kwijt. De zondagavond erna komt hij bij. Herman ligt op de intensive care in Münster. Alle ribben gebroken. Een klaplong. Wervels vastgezet met plaatjes en schroeven. En vanaf zijn navel voelt hij niets meer. Hij heeft een dwarslaesie.
Hoe pak je je leven weer op?
Herman heeft na het ongeval vreselijke pijn, maar is ook meteen nuchter en realistisch. “Het is gebeurd. Je doet er niks meer aan. Je weet dat je werkt in een beroep waar risico’s zijn. Het gaat tienduizend keer goed, misschien honderdduizend keer. Maar soms gaat het fout. Bij mij ging het fout.” Herman revalideert een jaar lang in
revalidatiecentrum Het Roessingh en daar ziet hij ook andere gevallen. “Als je een hogere dwarslaesie hebt, krijg je te maken met uitval van organen en ik kan mijn armen nog volledig gebruiken.” Het typeert Hermans positieve instelling: je kunt je richten op wat er niet meer kan, maar je kunt ook kijken naar wat er wél kan. “Maar natuurlijk ben ik door het ongeval veranderd, je moet echt een knop omzetten.”
Accepteren, aanpassen en doorgaan
Zijn werk als kraanmachinist kan hij niet meer doen. En Carla, zijn vriendin, kent hij op het moment van zijn ongeluk pas zes weken. Ze hadden net vakantieplannen
gemaakt. Carla werkte eerder bij Het Roessingh. “Ze wist op dat moment precies wat haar te wachten stond. Toch bleef ze. Inmiddels zijn we dertig
jaar samen”, vertelt Herman met een grote glimlach. Zijn werkgever komt al snel langs in het ziekenhuis en zegt dat Herman gewoon in dienst blijft. Herman volgt een computercursus en leert boekhouden. “Als er een aannemer of uitvoerder belde, wist ik precies wat er moest gebeuren. Die 25 jaar praktijkervaring waren niet weg.” Hij werkt uiteindelijk 51 jaar bij hetzelfde bedrijf.
Iedereen wil iets betekenen
Herman wil niet alleen weer aan het werk. Hij wil iets betekenen. “Iedereen is een onderdeel van de maatschappij. De maatschappij kan alleen bestaan als iedereen ook wat doet.” Hij stort zich op het vrijwilligerswerk. De Dorpsraad, de lokale politiek, het Kulturhus, lotgenotencontact bij Het Roessingh, het Platform Inclusief Tubbergen (PIT). De lijst is lang. Soms hoort hij de lotgenoten waar hij al twintig jaar lang iedere dinsdag mee in gesprek gaat bij Het Roessingh zeggen: ik kan niks meer, ik hoef niks meer, ik doe niks meer. “Dan zeg ik: dan heb je wel lange dagen. Je kunt meer dan je denkt, maar je moet dingen accepteren en opnieuw leren.” Even nadenken over een ander Inmiddels weet Herman dat je ondanks je beperkingen gewoon kunt meedoen in de samenleving. Daarom zet hij zich in voor het Platform Inclusief Tubbergen (PIT) en geeft hij voorlichting op basisscholen in de gemeente Tubbergen. “Kinderen vinden iemand in een rolstoel vaak eng. Ze weten niet hoe ze moeten reageren.” Voorlichting helpt om het gewoon te maken. Samen met een blinde vrijwilliger met een geleidehond lopen kinderen geblinddoekt een parcours. Ze laten kinderen ook ervaren hoe het is om met één hand een boterham te smeren. Daarna mogen de kinderen in een rolstoel rijden. Na zo’n ochtend zeggen kinderen vaak: jullie zijn hele gewone, normale mensen. En dat is precies wat Herman ermee wil zeggen. “Ik sta met beide benen op de grond. Of, nou ja, met vier wielen.”
Meedoen in Tubbergen
Gemeente Tubbergen werkt aan een samenleving waarin iedereen kan meedoen. De Lokale Inclusie Agenda 2024-2028 richt zich op toegankelijkheid in de breedste zin. Voor inwoners betekent dit dat gemeentelijke informatie begrijpelijker wordt, voorzieningen toegankelijker en ondersteuning beter aansluit bij wat mensen nodig hebben. In 2024 behaalde de gemeente Tubbergen een plek in de top 10 van meest toegankelijke gemeenten van Nederland. Een mooie erkenning, al is de gemeente er nog niet. Een belangrijke rol speelt Platform Inclusief Tubbergen (PIT). In deze werkgroep denken inwoners met ervaringskennis, zoals Herman Booijink, mee over wat beter kan. Hun ervaringen helpen om beleid te vertalen naar de praktijk en om uitdagingen te herkennen en aan te pakken.
Inclusie en meedoen in onze gemeente
Meedoen lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet altijd. Soms ontstaan er, vaak onbedoeld, drempels die deelname voor een deel van onze inwoners moeilijker maken. Zo heeft 13% van onze inwoners van 18 jaar en ouder een beperking, is 9% laaggeletterd en ervaart 14% van de volwassenen psychische klachten. Deze cijfers onderstrepen het belang van een inclusieve aanpak. Daarom werkt de gemeente Tubbergen actief aan het wegnemen van belemmeringen en het versterken van toegankelijkheid en gelijke kansen. Met gerichte inzet binnen het sociaal domein bouwt de gemeente, samen met het PIT, aan een omgeving waarin iedereen zich gezien en gehoord voelt en daadwerkelijk kan meedoen.

